Tips

Beïnvloedt de kleur van het voeder de vederkleur bij vogels?
________________   Dr. G. Werquin

Dat de voeding een zeer belangrijke invloed heeft op de vederkleur is Vooral door kanariekwekers goed bekend. Het rantsoen wordt zo samengesteld dat de juiste pig-rnenten in voeding en voedingssupplementen aanwezig zijn om de kleur van de vogels zo dicht mogelijk bij de idéale standaard te brengen.

De gehaltes aan xanthofylen of carotenoïden in het voeder zijn bepalend voor de vederkleur bij veel vogelsoorten
Carotenoïde kleurstoffen zijn de basis van de vederkleur bij vêle vogelsoorten en worden via de voeding aange-Dracht. Bij kanaries bv. zorgen zij voor de gelé of rode grondkleur. Vandaar dat het gehalte aan xanthofylen aeel belangrijk is in de voeding van kanaries. Xanthofylen zijn natuurlijke, carotenoïde kleurstoffen aanwezig in bepaalde voedingsstoffen. Tekorten aan xanthofylen in de voeding tijdens de vederontwikkeling nestjongen, rui) geven aanleiding tôt bleke veren. An-derzijds kan een overdreven aanwezigheid in het voeder aanleiding geven tôt een te sterke kleuring.
Luteïne is de belangrijkste gelé kleurstof. Luteïne wordt aangebracht via zaden zoals raapzaad en koolzaad, als-ook via de eieren in het eivoer. Het luteïnegehalte in het voeder is echter zeer variabel en vermindert snel tijdens bewaring. Om een mooie gelé vederkleur te bekomen wordt vaak goudsbloemextract, een natuurlijke bron van Luteïne, aïs voedingssupplement gebruikt (Oropharma Yel-Lux).
Zeaxanthine, ondermeer aanwezig in maïs, zorgt voor een oranje pigmentatie.
Astaxanthine, aanwezig in zalm en crustacea (zoals garnalen) geeft bij veel vogels een rozerode kleur (bv. rlamingo's).
Canthaxanthine is eveneens een natuurlijk rood pigment dat voorkomt in sommige paddestoelen (can-rharel of dooierzwam), maar dat heden ten dage vooral svnthetisch geproduceerd wordt (Oropharma Can-Tax). Het wordt gebruikt voor de artificiële, intens rode kleu­ring van rode kanaries, kapoetsensijzen, roodmussen, i\ruisbekken, enz.

Met bij allé vogelsoorten is de pigmentatie afhankelijk van carotenoïde kleurstoffen in de voeding. Bij kromsnavels en vêle exoten spelen carotenoïden geen roi bij de opbouw van de meeste vederkleuren.

De kleur van het voeder heeft niet altijd een invloed op de vederkleur.
Dat de voederkleur de vederkleur zou beïnvloeden is een misvatting die bestaat bij heel wat vogelliefhebbers. Zij menen dat een gekleurde voeding steeds een invloed heeft op de vederkleur. Dit is echter absoluut niet het geval: alleen carotenoïde pigmenten of xanthofyllen beïnvloeden de vederkleur.

Andere kleurende bestand-delen in het voeder zoals kleurmineralen (bv. ijzeroxi-des) en synthetische of natuurlijke kleurstoffen brengen geen carotenoïde pigmenten aan en hebben dus geen invloed op de vederkleur. Het is met andere woorden op basis van de kleur van het voeder onmogelijk om te voorspellen of een voeder de kleur van de veren zal beïnvloeden. Sommige voeders kunnen sterk geel, oranje of rood gekleurd zijn met levensmiddelenpigmenten zoals tar-trazine, sunset yellow of coccine. Dergelijke pigmenten hebben echter geen enkele invloed op de vederkleur. Anderzijds kunnen bepaalde voeders rijk zijn aan xanthofylen en de vederkleur sterk beïnvloeden, zonder dat dit uit de kleur van het voeder op te maken is. Ook voedermiddelen met een relatief neutrale kleur zoals bv. maïsmeel kunnen immers hoge gehaltes aan carote­noïde pigmenten bevatten. De enige juiste manier om na te gaan of een voeder de vederpigmentatie zal beïnvloeden is dan ook door het xanthophylgehalte te bepalen. Dit kan door middel van analyse of door nazicht van de ingrediëntenlijst waar-bij nevenstaande tabel kan helpen.